ctrack-online-button
  • Home
  • Tips & Info
  • Verklarende woordenlijst

Terminologie

VERKLARENDE WOORDENLIJST
TERMINOLOGIE VOERTUIGEN

CANbus – Moderne voertuigen maken gebruik van een CAN Bus om informatie over te zetten tussen verschillende elektronische voertuigsystemen.

Overmatig stationair draaien – onnodig motorgebruik waarbij bestuurders een voertuig laten draaien als het niet gebruikt wordt, wat leidt tot verspilling van brandstof en overmatige slijtage van de motor.

FMS Gateway – Eenn interface gebaseerd op FMS (Fleet Management Standard) waarbij gegevens die door het CAN Bus-voertuigcontrolesysteem verzameld worden, verkregen kunnen worden via een uniform protocol.

OBD (On board diagnostic) – OBD-systemen zijn ontwikkeld voor het controleren van de prestaties van de belangrijkste onderdelen van de motor, wat inzicht biedt in de status van verschillende subsystemen van het voertuig.

Odometer – apparaat dat de afstand meet die door een voertuig is afgelegd.

RPM (Revoluties per minuut) – Een meeteenheid van de rotatiefrequentie die staat voor het aantal keren dat de as van een motorin één minuut draait.

Tachograaf/digitale tachograaf – Apparaten die informatie vastleggen over rijtijden, snelheid en afstand in vrachtwagens om te zorgen dat bestuurders en werknemers zich houden aan de regels betreffende bestuurdersuren.

COMMERCIËLE TERMINOLOGIE

Integratie brandstofpas – maakt het mogelijk gegevens van brandstof passen te uploaden naar andere vloot-en back-office-systemen voor de controle van brandstofgebruik, het identificeren van verbeterpunten en het bieden van extra inzicht in het beheer van mobiele middelen.

Hardware & diensten – de voorziening van IT-hardwarevereisten gecombineerd met doorlopende ondersteuningsdiensten.

KPI (Key Performance Indicator) – Een middel voor het meten van prestaties waarmee een organisatie de voortgang richting zijn doelstellingen kan vastleggen en meten.

Leasen/huren – Een alternatieve methode voor het verkrijgen van voertuigen zonder dat deze gekocht hoeven te worden.

MRM (Mobile Resource Management) – Middel voor het traceren van voertuigen, werknemers en andere middelen zodat bedrijven hun middelen efficiënt en effectief kunnen inzetten.

ROI (Return on Investment) – Een middel voor het meten van prestaties dat gebruikt wordt voor het evalueren van het succes en de financiële winsten van een investering.

Telematics verzekering – beleidsregels die een persoonlijke prijs bieden voor autoverzekeringen op basis van wanneer en hoe een persoon rijdt, op basis van voertuigtracering om zo technieken en gewoonten te meten.

TERMINOLOGIE TELEMATICS/TECHNOLOGIE

Snelheidsmeter – Meet de kracht van versnelling, waardoor beweging, snelheid en richting vastgesteld kan worden.

Ongelukbuffer – legt met intervallen van 20 milliseconden gedetailleerde gegevens vast voor en na een ongeluk om te helpen bij het reconstrueren van het ongeluk.

Meldingen – Een functie die via sms- of e-mailmeldingen in real-time biedt van een vooraf vastgestelde activiteit van voertuig of werknemer.

API (Application Programming Interface) – legt vast hoe sommige software onderdelen met elkaar moeten communiceren om het eenvoudiger te maken een programma te ontwikkelen en te integreren.

Anti-knoei – beveiligingsmaatregelen om te beschermen tegen onbevoegde tussenkomst.

BI (Bedrijfsinformatie) – Analyse van ruwe operationele gegevens voor belangrijk inzicht voor het nemen van betere beslissingen, het verlagen van kosten en het identificeren van nieuwe bedrijfskansen.

Bluetooth – Draadloze technologiestandaard voor het uitwisselen van gegevens over korte afstanden.

PZ-schakelaar (Schakelaar tussen zakelijke- en privékilometers) – Schakelaar in het voertuig die een bestuurder kan gebruiken voor zakelijk of privé-gebruik.

Buzzer – communicatie van problemen met rijgedragingen of het niet overeenkomen van bestuurders-ID met de bestuurder.

CSV – Een document met comma-separated values (door komma's gescheiden waarden) is de bestandsindeling die gebruikt wordt voor het opslaan van gegevens en gestructureerde tabel met lijsten die gebruikt wordt voor het importeren/exporteren van grote hoeveelheden gegevens tussen back-office-applicaties.

Dashboard –een managementinformatiesysteem dat een real-time gebruikersinterface biedt met een overzicht van belangrijke operationele informatie.

Gegevensdekking – Hetzelfde als GPRS

De-installatie – verwijderen van traceereenheid uitgevoerd door monteur.

Deursensoren – Sensoren in het voertuig die gegevens vastleggen over wanneer voertuigdeuren geopend en gesloten worden.

Bestuurders-ID – Traceermiddel voor het identificeren welke bestuurder in een voertuig rijdt aan de hand van een dallas-sleutel en een lezer in de auto, een geïntegreerd navigatie-apparaat of een RFID tag.

Bestuurderschema – Maakt het mogelijk afspraken en werkzaamheden in het syteem in te voeren ter ondersteuning van het werkprocesbeheer en de werktoewijzing, met specifieke rapporten en meldingen.

E-Call – Europees initiatief dat ontwikkeld is om bestuurders die betrokken zijn bij een botsing snel hulp te bieden.

Monteur – monteur die in het veld werkzaam is en verantwoordelijk is voor all installatie, testen, reparatie en onderhoud van technologie.

Dichtstbijzijnde zoeken – Traceerfunctie waarmee de dichtstbijzijnde en meest geschikte auto, bestuurder, locatie of Point of Interest gevonden kan worden.

Geo-codering - Software die geografische coördinaten (breedte en lengte) die verzonden zijn vanaf een traceerapparaat omzet naar een straatadres, postadres of locatie op de kaart.

Geofencing – Wordt gebruikt voor het opstellen van virtuele grenzen rondgeografische locaties of gebieden om meldingen en rapporten weer te geven op traceerapparaten die deze speciale zones betreden of verlaten.

GPRS (General Packet Radio Service) - Een veelgebruikte draadloze dienst waarmee gegevens sneller ontvangen en verzonden kunnen worden met mobiele apparaten.

GPS (Global Positioning System) – Maakt gebruik van een netwerk van satellieten voor het bieden van positie- en snelheidsgegevens betreffende een traceerapparaat.

GSM (Global System for Mobile Communications) - Een communicatiestandaard die ontwikkeld is door hetEuropese Telecommunicateistandaardinstituut (ETSI).

Richting - Richting van voertuigverplaatsing (noord, oost, zuid, west).

Helpdesk – Biedt informatie en ondersteuning bij technische problemen en het oplossen van problemen.

Installatie – Proces van het installeren van een traceereenheid voor gebruik, uitgevoerd door een monteur.

IP67 – Milieubeschermingsstandaraard die vaststelt dat een behuizing volledig is afgesloten tegen stof en ondergedompeld kan worden tot één meter gedurende maximaal een half uur.

Reis opnieuw afspelen – Traceerfunctionaliteit waarmee een historische reis op het scherm opnieuw afgespeeld kan worden met route- en voertuiggegevens.

Kaart – visuele representatie van een gebied met daarin voertuiglocaties en Points of Interest.

M2M (Machine-to-Machine) – Verbindt apparaten en machines draadloos met het internet en creëert zo een intelligent middel dat op afstand beheerd en gecontroleerd kan worden.

Bericht doorsturen – E-mail of SMS-bericht van een evenement of activiteit.

Mobiele applicatie (Mobiele app) – Software-applicatie die werkt op smartphones, tablets en andere mobiele apparaten.

Apparaat in de auto – Dashboardcommunicatiemiddel met visuele weergave met satellietnavigatie, tweewegscommunicatie en mogelijkheid tot het uitzetten van taken.

OTA-upgrade – Over the air-upgrade (upgrade via de lucht) voor het extern bijwerken van de nieuwste softwareoplossing.

Roaming – Uitbreiding van de connectiviteit die ervoor zorgt dat een draadloos apparaat verbonden blijft buiten de thuislocatie.

Paniekknop – ingebouwd of extern paniekalarm om een individu of callcenter op de hoogte te brengen tijdens een noodgeval of ongeluk.

Bevoegheden/toegangsrechten – Regelt welke functies en gegevens gebruikt kunnen worden door een specifieke gebruiker.

Gepland vs daadwerkelijk – Analyse van geplande doelstellingen en doelen aan de hand van de daadwerkelijk behaalde resultaten.

POI (Point of Interest) – Kaartfunctie waarmee belangrijke locaties zichtbaar zijn. Denk aan klant- en/of prospectlocaties.

Polling – een proces waarmee een gebruiker direct met een traceereenheid kan communiceren om een direct statusupdate te leveren.

PTO (Power Take Off) – verwijst naar het controleren en meten van verschillende randvoertuigapparatuur als een bak/skiplifts, alarmlichten, steenslagsystemen, bandcompressors, kranen en veiligheidsapparatuur.

Real Time / Live – de mogelijkheid gebeurtenissen en status van voertuigen te zien op het moment dat ze gebeuren.

Externe startonderbreker – hiermee kan een voertuig extern stilgezet worden, zodat het niet gebruikt kan worden.

RFID (Radiofrequentie-identificatie) – een algemene term die verwijst naar technologieën die gebruik maken van radiogolven voor het automatisch identificeren van middelen en objecten, waardoor het opslaan en ophalen van informatie kan geschieden met RFID-labels.

Routekaart – Plan of strategie om een speciaal doel te bereiken.

Rollover/crash-detectie – Detectie- en meldingssysteem dat een melding geeft van ongelukken en incidenten met voertuigen.

Routebeheer – Controleren van statische en getimede routes voor het optimaliseren van operationele prestaties.

Route-optimalisatie – maakt de identificatie en het plannen va de meest effectieve en brandstofefficiënte route mogelijk

RS232 - Seriële aansluiting die gebruikt wordt door veel traceerapparaten voor een externe ingang.

Op server gebaseerde oplossing – Applicaties die geïmplenteerd, geregeld, ondersteund en gebruikt worden in een op een server gebaseerde omgeving.

Service-oproep – een bezoek van een monteur voor het uitvoeren van installatie, reparatie of onderhoud.

Sim-kaart – een draagbare geheugenchip die werkt als ID-kaart voor een mobiel apparaat met een uniek identificatienummer en andere persoonlijke gegevens.

SMS (Simple Message System) – tekstberichtendienst die wordt gebruikt door telefoon-, internet- of mobiele communicatiesystemen.

Snail Trail – historische weergave van waar een voertuig geweest is (zie Reis opnieuw afspelen).

Software-update/upgrade – vervangen van software voor een nieuwere versie om een systeem up-to-date te brengen.

Kaart op straatniveau – Hiermee kan het voertuigtraceersysteem inzoomen op straatniveau voor precieze locateis van middelen en mobiele werknemers.

Temperatuurcontrole – sensors die zijn geïntegreerd in uw bedrade of draadloze traceeroplossing voor het controleren van temperaturen en het bieden van volledige inzichtelijkheid in middelen.

Telematics – Samengevoegd en geïntegreerd gebruik van telecommunicatie en informatietechnologie, inclusief GPS en navigatiesystemen.

Thin Client – Meestal een software-applicatie die ontwikkeld is zodat het merendeel van de gegevensverwerking elders op een server plaatsvindt.

Traceerapparaat – de hardware-eenheid die geïnstalleerd is op een voertuig die voertuiglocatie-, verplaatsings- en statusgegevens vastlegt en communiceert.

Tweewegscommunicatie – Tweewegs berichtenfunctionaliteit tussen een traceersoftwaretoepassing en een apparaat in een voertuig.

Updatefrequentie – de tijdsintervallen tussen het ontvangen van statusupdates van het traceerapparaat.

Gebruiker – de persoon die een traceersysteem gebruikt voor het controleren van mobiele middelen en werknemers

Garantievriendelijk – Product of oplossing waardoor de fabrikantgarantie niet ongeldig wordt.

Internetapplicatie – Een traceersoftwareoplossing die online of via een internetbrowser geopend kan worden.


CTRACK-TERMINOLOGIE

CANTouch – garantievriendelijke oplossing die verbinding maakt met het CAN Bus-systeem van een voertuig voor het lezen van aanvullende bestuurdersgedragingen en motorbeheergegevens.

Ctrack Easy-Fit – effectief installatieproces om te zorgen dat een traceeroplossing snel en efficiënt geïnstalleerd wordt.

Ctrack MaXx – Vlootbeheersoftware die real-time voertuigtracering combineert met krachtige analytische software voor een geavanceerd bedrijfsanalysepakket.

Ctrack Mobi – real-time vlootbeheerapplicatie waarmee het traceren van voertuigen en middelen mogelijk is vanaf een iPhone, Android smartphone of tablet.

Ctrack Online – voertuigtraceersysteem online, in de cloud, dat inzicht biedt en controle over mobiele middelen.

Ctrack Wireless – draadloos, door batterijen aangedreven systeem voor het beheer, gebruik en beveiligen van alle soorten aangedreven en niet-aangedreven middelen.

Dagelijkse gezondheidscontrole – Dagelijke inspectie van technologieoplossing om te zorgen dat alle traceereenheden correct werken en het systeem geschikt is voor het doel.

DigiCore – Moederbedrijf van Ctrack en een van 's werelds grootste telematicsbedrijven (voertuigtracering), met meer dan 800.000 eenheden geïnstalleerd in 56 landen.

DBI (Driver Behaviour Indicator) – een apparaat in het voertuig dat bestuurders informeert over overtredingen op de weg door een reeks waarschuwingslichten in verkeerslichtkleuren weer te geven.

ISIS – middelentraceeroplossing die een combinatie is van RFID-tags en zegels waarmee niet geknoeid kan worden en vloottraceertechnologie voor volledige inzichtelijkheid en gemoedsrust.

GGR (Groen Geel Rood) – Rapport over bestuurdersgedrag aan de hand van een groene, gele of rode band voor iedere uitzondering met een algemene score die berekend wordt aan de hand van een eenvoudig beoordelingssysteem.

Multi-Comms – telematics-eenheid die communicatie mogelijk maakt via Wi-Fi, Iridium-satellietcommunicatie en Tetra.

No Go-/Verboden locaties – Gebieden of plekken waar bestuurders niet mogen komen.

Onbevoegde/illegale verplaatsing – Identificatie van wegslepen en verplaatsing zonder dat de sleutel in het contact zit.

Waypoint – controlepunt langs een vaste route.

 

Print Friendly Version of this pagePrint Get a PDF version of this webpagePDF